Leidinggeven in de zorg
Binnen de zorg spelen grote leiderschapsvraagstukken, waar alle betrokken partijen mee worstelen. In theorie is iedereen het erover eens dat de kwaliteit van de zorg èn het functioneren van een organisatie staat of valt met de inzet van mensen.
Maar de praktijk van hulpverleners, cliënten en naasten, lijkt nauwelijks nog in verbinding te staan met de systeemwereld van managementprocessen, financiering en juridisch-medische verantwoording.
De moed om te veranderen
Leiderschap in de zorg vraagt om verbindende perspectieven. Werken in de zorg is een ambacht waarin waarden, doelen, werkwijzen, compliance en cultuuraspecten al meanderend bediend moeten worden. En dat in een werkveld dat veel ‘wicked problems’ kent. Waarbij, als er één probleem opgelost wordt, een ander de kop opsteekt.
Er is schaarste aan alles: menskracht, tijd, middelen, misschien zelfs visie. Waar haalt de zorgprofessional en zorgmanager de moed vandaan om deze uitdaging aan te gaan?
Leiding geven in onderlinge verbondenheid
Misschien wel uit het diepe besef dat de worstelingen binnen de zorg draaien om vraagstukken die onze existentiële behoeftes als mens raken. Zorgontvanger, zorgverlener, directeur, bestuurder en beleidsmaker verschillen hierin niet wezenlijk. Daarom is onderlinge verbondenheid in het werk de belangrijkste bron van inspiratie voor het vinden van nieuwe oplossingen.
Helderheid en speelruimte
Juist omdat zorgorganisaties netwerken zijn, is sturing vanuit de werkelijkheid van het primair proces essentieel. Er is eenheid van handelen nodig, die voortkomt uit gedeelde normen en kaders. Maar is ook flexibiliteit nodig om in te kunnen spelen op talrijke lokale variaties. Leiderschap is daarnaast gebaat bij een manier van sturen waarin juist door een heldere visie speelruimte geboden wordt voor de uitzonderingen. Zo kunnen mensen zich erkend en gezien voelen, de uitnodiging tot doelgerichte samenwerking omarmen en oplossingen mee vormgeven.
Een verbindende leider richt de blik naar binnen en naar buiten